
Stellingname tegen de discussienota van de Raad van Kerken inzake Israel
Brief van 3 december 1997 aan de Werkgroep Midden Oosten van de
Raad van Kerken in Nederland, namens vier organisaties
Bovenvermelde werkgroep heeft een bedenkelijke nota uitgebracht over Israel. Een aantal
organisaties heeft daarop al negatief gereageerd:
Op initiatief van Likoed Nederland hebben nog vier organisaties hun afkeuring afgesproken,
middels de navolgende brief:
"Ten eerste moeten hun synagoges worden verbrand ... Ten tweede moeten ook hun
huizen verwoest en vernietigd worden ... Ten derde moeten we hun gebedenboeken en
Talmoeds afpakken ... deze ondraaglijke duivelse last: de joden."
(Uit: 'Van de joden en hun leugens' door Maarten Luther).
Onwillekeurig kwamen deze woorden en wat zij teweeg hebben gebracht in onze gedachten
bij het doorlezen van uw discussiestuk over 'de vrede van Jeruzalem'.
Hierin wordt namelijk een politieke stellingname ingenomen die onderbouwd wordt met
eenzijdige argumenten. De politieke stellingname blijkt uit instemming met het 'hoofdstad voor
twee staten' model (blz. 22), u voelt zich zelfs geroepen om bij de Nederlandse regering te
pleiten voor erkenning van een Palestijnse staat (blz. 21, in volkomen strijd met het uitgangspunt
van bladzijde 4 dat u geen stelling wilt en zult nemen).
Stellingname in een discussiestuk is opmerkelijk. Dit geldt des te meer als een opvallend politiek
standpunt wordt ingenomen door een christelijk religieuze organisatie, een standpunt dat
bovendien volledig voorbijgaat aan de drieduizend jaar oude joodse wens aangaande Jeruzalem,
tegenover een dertig jaar oude islamitische wens.
Van de eenzijdigheid van de argumenten is een groot aantal voorbeelden te noemen. Wij
zullen ons beperken tot de belangrijkste:
- De standpunten worden onderbouwd met resoluties van de Verenigde Naties. Dit is
een instelling die zich door een sterke Arabische lobby kenmerkt door een ongenuanceerd, fel
anti-Israëlisch standpunt. Wij hoeven slechts te verwijzen naar de
'zionisme = racisme' resolutie uit 1975. Er wordt geen weergave van het Israëlische
standpunt gegeven.
Ondanks dat u zich in uw betoog zeer vaak op deze resoluties beroept erkent u terloops dat
deze resoluties feitelijk niet van toepassing zijn op Jeruzalem (blz. 15).
- U vermeldt het feit dat Israel als gevolg van oorlogen zijn gebied kon uitbreiden in
1948 en 1967 (blz. 9). U laat weg dat Israel deze oorlogen beide keren niet gewild
heeft: Israel werd aangevallen, ondanks in beide gevallen zeer uitdrukkelijke oproepen
van Israel tot het vermijden van oorlog en geweld.
- U wijst op het belang van de wijziging van het PLO-Handvest (blz. 18). U laat het feit
weg dat de Israëlische regering stelt dat dit niet conform de akkoorden gewijzigd
is (zie bijlage 1, net als alle bijlagen afkomstig van de internet-site van de Israëlische
overheid: index Israel Government points of view).
Tevens is weggelaten dat dit door de Verenigde Staten wordt
onderschreven, gezien de hernieuwde eis tot wijziging in de zogenaamde 'Note for the
Record', officieel deel uitmakend van het Hebron akkoord van 15 januari 1997. Ook in
Nederland zijn trouwens over deze kwestie bij herhaling kamervragen gesteld.
- Er wordt gesteld dat de samenstelling van de bevolking van Jeruzalem door een hoog
bouwtempo kunstmatig wordt beïnvloed (blz. 20). Hiervan is geen sprake; in het
verleden en in het heden wordt in een evenredige verhouding gebouwd voor Arabieren
en joden (zie bijlage 2).
- Er wordt veelvuldig gemeld dat er vredesakkoorden zijn gesloten maar er wordt
weggelaten dat deze stelselmatig worden geschonden van Palestijnse kant (zie bijlage
3 over het Hebron-akkoord, deze bepalingen stonden eveneens in de Oslo-akkoorden).
Dit is des te opmerkelijker wanneer men bedenkt hoeveel joodse doden deze schendingen
teweeg hebben gebracht.
De afschuwelijke gewelddaden tijdens de tunnelrellen van vorig jaar, geïnitieerd
door de leiding van de Palestijnse Autoriteit, op basis van een verzonnen bedreiging van
een islamitische heilige plaats in Jeruzalem, vormden hierbij een aan ieder bekend triest
dieptepunt.
- U zegt dat het voor een vergelijk nodig is dat de PLO Israëls recht op veiligheid
erkent (blz. 11). Dit is uiteraard niet voldoende; het dient ook door daden, namelijk
daadwerkelijke en krachtige terreurbestrijding, tot uiting te komen.
- Het zal in dit verband ook duidelijk zijn dat er geen mogelijkheid kan zijn van de in het
discussiestuk gewenste erkenning van een staat Palestina (blz. 21), zolang de
Palestijnse Autoriteit haar verplichtingen in het kader van 'land voor vrede' niet
nakomt (zie bijlage 3). Dat wordt door u niet uitgesproken.
- Er wordt negatief gesproken over de Israëlische afsluitingen (blz. 21), zonder dat
vermeld wordt dat bij naleving van anti-geweld en terreur bepalingen van de akkoorden
deze niet nodig zouden zijn: gedurende de periode van volledige Israëlische
zeggenschap op de Westbank hoefden deze veel minder te worden toegepast.
- Ronduit afschuwelijk is het op één lijn stellen van het incidentele
joodse geweld met de vele goed-georganiseerde Arabische terroristische groeperingen
(blz. 21), waar de laatste met hun aanslagen jaarlijks tientallen joodse doden op hun
geweten hebben. Dit is mogelijk gemaakt door de Palestijnse Autoriteit, die in
flagrante strijd met de Oslo-akkoorden deze terreurorganisaties nog altijd niet verboden,
ontbonden en ontwapend heeft.
- U rekent op een Jeruzalem dat als hoofdstad voor twee volken een waar symbool
wordt van authentieke broederschap tussen drie religies (blz. 22). Helaas heeft het
voorbeeld Hebron, met zijn maandenlange, door de Palestijnse Autoriteit georganiseerde
en betaalde rellen (zie bijlage 3), eens te meer bewezen dat dit in de huidige situatie
grenzeloos naïef is en dat een gedeelde stad geen vrede brengt, doch integendeel tot
meer geweld leidt.
Het verbaast ons zeer dat u ook een aantal juist voor christenen belangwekkende feiten heeft
weggelaten, zoals:
- De uiterst moeilijke omstandigheden waarin de Arabische christenen zich dienen te
handhaven tussen de overwegend islamitische bevolking, met name op de Westbank.
Dit heeft tot massale emigratie geleid.
- Het feit dat de Palestijnse Autoriteit de moeizaam bereikte consensus rond de
christelijke en joodse heilige plaatsen in haar gebied weer vervangt door willekeur (zie
bijlage 4).
Wij wijzen in dit verband ook op de beschadiging van joodse heilige plaatsen (de tombes
van Jozef en Rachel) tijdens de tunnelrellen van vorig jaar (zie bijlage 4).
- Het feit dat sinds Israel de zeggenschap heeft over Oost-Jeruzalem de heilige plaatsen
van allen, islamieten, christenen en joden toegankelijk zijn, wat daarvoor niet het geval
was en wat gezien het bovenstaande ook voor de toekomst niet te verwachten is voor
heilige plaatsen onder islamitische zeggenschap.
Ook wordt de enige uitzondering die Israel hierop heeft gemaakt niet vermeld. Deze is voor
de joden, die hun meest heilige plaats, de Tempelberg in Jeruzalem, niet vrij kunnen
bezoeken om de islamieten niet te provoceren.
Alles bij elkaar kan de conclusie niet anders zijn dan dat u zich in uw discussiestuk
onvolledig op de hoogte heeft gesteld van de feiten, waardoor een eenzijdig beeld wordt
gegeven van de werkelijke situatie.
Wij vinden het uiterst betreurenswaardig dat juist de Raad van Kerken een discussiestuk
publiceert waarin de islamitische propaganda wel en het joodse standpunt niet of onvoldoende
wordt gegeven.
Wij vertrouwen erop dat u naar aanleiding van deze aanvullende feiten uw nota intrekt dan
wel herziet.
Hoogachtend,
drs. FH,
voorzitter Likoed Nederland
mede namens:
Federatie Nederlandse Zionisten
Postbus 48
1180 AA Amstelveen
voorzitter drs. Rob Wurms
Israel Comité Nederland
Postbus 368
2501 CJ Den Haag
secr. E.L. Hofschreuder
Netherlands-Israel Public Affairs Committee
Postbus 368
2501 CJ Den Haag
directeur Wim Kortenoeven