De algemeen betreurde moord op premier Jitschak Rabin wordt door het regerende linkse
blok aangegrepen om de oppositie het zwijgen op te leggen, onder het voorwendsel dat de
gehele rechter vleugel er verantwoordelijk voor is.
Naast het nationaal-religieuze blok moet ook de grootste oppositiepartij, de Likoed, het
ontgelden. Oppositieleider Benjamin Netanjahoe wordt verweten dat hij zich schuldig heeft
gemaakt aan opruiing van publiek tijdens demonstraties tegen de regering. Hem wordt tevens
verweten dat hij niets heeft ondernomen toen tijdens één van de betogingen
waar hij het woord voerde het beruchte portret van Rabin als SS-officier omhoog werd
gehouden. Een absurd verwijt: tijdens de betreffende demonstratie stonden de politici hoog
boven het publiek op een hel verlicht podium. Vandaar was het onmogelijk goed te zien wat daar
beneden in het duister van de avond gebeurde. Bovendien is het de taak van de politie om
subversieve elementen uit het publiek te vissen. Het verwijt krijgt trouwens een navrante
bijsmaak nu blijkt dat het bewuste portret omhoog werd gehouden door de organisatie Eyal. De
leider daarvan, Avishai Raviv, werkte voor de geheime dienst als agent-provocateur, onder
andere met als taak jongeren aan te zetten tot zeer extreme uitlatingen en handelingen, ten einde
de oppositie te delegitimeren.
Videobeelden van demonstraties tonen aan dat het juist Netanjahoe was die de menigte tot
kalmte maande. Ik was er persoonlijk bij toen hij op kreten uit het publiek "Rabin is een
verrader", reageerde met:
"Neen, Premier Rabin vergist zich, maar is geen verrader."
Zelfs de veel fellere Ariel Sharon, Knesset-lid voor de Likoed, onthield zich altijd
zorgvuldig van iedere opmerking of daad die uitgelegd kan worden als opruiing. Het was mijns
inziens duidelijk dat het voorzichtige optreden van de politici van Likoed geen toeval was, maar
het gevolg van een bewuste strategie.
Om dit te kunnen begrijpen moeten wij teruggaan naar de beginjaren van deze eeuw, toen
socialistische zionisten zich in Erets Jisrael vestigden om er een ideale samenleving te stichten
op basis van het gelijkheidsideaal. Door middel van werkzaamheid aan de basis, in de landbouw
moest een nieuwe jood gecreëerd worden, die in de plaats moest komen van de Galoet
(verspreiding) jood, die gedwongen door het antisemitisme genoegen had moeten nemen met
secundaire beroepen, zoals in de handel.
"Geen zionisme zonder socialisme; geen socialisme zonder zionisme"
zo luidde hun devies. Bij deze socialistische zionisten lag de nadruk aanvankelijk meer op het
stichten van een ideale samenleving dan het oprichten van een onafhankelijke joodse staat.
De socialisten zagen met lede ogen toe hoe in 1925 de zogenaamde revisionistische
zionisten zich politiek organiseerden onder leiding van Vladimir Ze'ev Jabotinsky. De nieuwe
beweging recruteerde haar aanhang onder de stroom van joodse vluchtelingen die in de jaren
twintig en dertig uit Polen en Duitsland in Erets Jisrael arriveerden. Deze mensen waren
middenstanders, die geen boodschap hadden aan de socialistische ideologie, maar voorstanders
waren van particulier initiatief en een stedelijk bestaan. De revisionisten, waaruit het Likoedblok
is voortgekomen, stelden zich militanter op en streefden doelbewust naar de stichting van een
staat.
De socialisten bestookten hen met scheldkanonnades en noemden hen fascisten. Zij
beschuldigden de revisionisten van de moord op een van hun veelbelovende politici, dr. Chaim
Arlosoroff en diens vrouw Sima. Hoewel nooit bewezen duikt deze beschuldiging nog altijd op.
Het conflict bereikte een tragisch dieptepunt in de affaire om de Altalena in juni 1948. De
Altalena was een schip dat was gerecruteerd door de Irgoen, de ondergrondse militia van de
revisionisten, die een groot aandeel heeft gehad in het verzet tegen het Britse mandaat. Het
schip, volgeladen met voor de onafhankelijkheidsoorlog benodigde wapens, werd in opdracht
van David ben Goerion voor de kust van Tel Aviv beschoten en tot zinken gebracht.
Zestien opvarenden, onder wie overlevenden van de tweede wereldoorlog, verloren hierbij
het leven. Het was aan de commandant van de Irgoen, Menachem Begin, te danken dat het incident
niet escaleerde. Hij weigerde namelijk represaille-maatregelen te nemen en stelde zich loyaal
op tegenover de voorlopige Israëlische regering. Dertig jaar zou het duren voor hij op legale
en democratische wijze het premierschap verwierf.
Terug naar het heden. De huidige politieke malaise in Israel is mede het gevolg van het
ontbreken van een grondwet. Het Israëlische staatsrecht kent geen speciale parlementaire
meerderheid voor het nemen van belangrijke beslissingen: een simpele helft-plus-
één is voldoende voor welke beslissing dan ook.
De Oslo 'B' accoorden passeerden in de Knesset met 61 stemmen voor en 59 tegen,
bepaald geen ruime meerderheid.
Na deze stemming maande zelfs de president, Ezer Weizman, een overtuigde 'duif', tot
terughoudendheid in het vredesproces.
Prompt stelde een aantal linkse Knesset-leden voor de vrijheid van meningsuiting van de
president door middel van wetgeving aan banden te leggen. Dit staaltje van ad hoc beslissingen
is bepaald geen voorbeeld van verantwoord omgaan met een zo gewichtig onderwerp als de
prerogatieven van het staatshoofd.
Het is een democratische traditie dat naar de stem van de minderheid geluisterd wordt. Dit
was echter allerminst het geval onder de regering Rabin.
Grote demonstraties tegen de Oslo-accoorden van meer dan tweehonderdduizend mensen
werden door de premier zelf afgedaan met een minachtend: "Ik heb lak aan
ze" of "huilebalken".
Deze demonstranten protesteerden niet tegen de accoorden omdat zij tegen vrede zijn,
maar omdat zij oprecht geloven dat dit proces tot escalatie van het terrorisme en misschien zelfs
tot de ondergang van de staat zou kunnen leiden.
Dit gevoel is versterkt nu er sinds de Oslo-overeenkomst in september 1993 162
Israëlische slachtoffers van terrorisme te betreuren vielen.
Het heette dat het verzet tegen de accoorden afkomstig was van een marginale groep
fanatieke 'kolonisten', terwijl in werkelijkheid het verzet afkomstig was uit alle lagen van de
bevolking, seculier en religieus en uit alle delen van het land.
Pogingen van de oppositie (Likoed, de raad van kolonisten, individuele rabbijnen) om tot
een dialoog te komen met de regering werden stelselmatig afgewezen.
Het was dit vacuum in het democratisch functioneren dat het klimaat schiep van frustratie en woede waarin de betreurenswaardige moord op de premier kon plaatsvinden.
Het democratisch bestel in Israel lijkt te wankelen. De vrijheid van meningsuiting en het legitieme functioneren van de oppositie lijken in gevaar.
Terug naar index 'Het Beloofde Land'