Galila Ron-Feder-Amit is een bekende Israëlische schrijfster van kinderboeken.
Haar recentere boeken zijn voor volwassenen. Zij houdt tevens lezingen op scholen, waar zij
sprak met grote groepen kinderen. Het navolgende is daar mede op gebaseerd.
Wanneer twee personen kijken naar dezelfde gebeurtenis kunnen ze tot heel verschillende
conclusies komen. Als we alles hetzelfde zagen zouden er geen politieke of sociale discussies
zijn.
Dit gegeven wordt gebruikt in literatuur, bioscoop en theater. In tegenstelling tot het dagelijks
leven staat bij er literatuur een persoon tussen het verhaal en de lezer, te weten de schrijver. De
waarneming van de lezer is indirect, er is gefilterd.
Er zijn veel discussies over de rol van de schrijver en er zijn natuurlijk heel verschillende soorten schrijvers. Ik geloof dat de schrijver iemand is die een foto van de realiteit maakt. Wanneer ik schrijf heb ik geen oplossingen; ik weet niet hoe ik kinderen in nood moet helpen, maar ik weet hoe ik woorden kan gebruiken om hun situatie te schetsen.
Er wordt me zo vaak gevraagd: "Wat bedoelde je te zeggen?", "Waarom heb je het
verhaal geschreven?" en "Waarom eindigt het verhaal zo?".
Mijn antwoord is altijd dat wat ik wou zeggen in het boek staat. Het einde is zo omdat ik het zo
wou hebben; als ik iets anders wou zeggen had het in het boek gestaan.
Net als deze vragen gaan de literatuur-lessen op school; de leraar vraagt wat de schrijver
bedoelde. Ik denk dat men beter kan vragen: welke boodschap vind jij in het verhaal. Leerlingen
zouden moeten weten dat ze het recht hebben om er elke boodschap uit te halen die ze zelf
willen zien.
Twee verschillende leerlingen kunnen twee heel verschillende lessen uit een verhaal trekken. Als
dat gebeurt ben ik altijd erg trots, want het betekent dat ik geen eenzijdig, belerend verhaal
geschreven heb.
De titel van dit artikel is 'Opvoeding door literatuur'. Ik bedoel hier mee dat literatuur wel moeten opvoeden maar niet in de zin van een vooropgesteld doel, zoals met opvoeding meestal gebeurt. Echte opvoeding betekent keuzes leren maken. We moeten een kind alle feiten geven en zelf de keuze laten maken. Het moet niet zo zijn dat de ene keuze beloond wordt en de ander gestraft.
Vroeger, vanaf de oprichting van de staat Israel, werden kinderboeken gebruikt om mee te leren
en niet als kunst. Het begon met boeken die door opvoeders werden geschreven in plaats van
schrijvers. Historische fictie werd geschreven met het doel om geschiedenis te onderwijzen.
Ik vind dat afschuwelijk, want het haalt kunst en onderwijs door elkaar.
Een ander probleem van de eerste kinderboeken is dat deze vaak oorspronkelijk voor volwassen
bedoeld waren, aangezien deze ook vaak heel simpel van verhaal waren met duidelijke 'goeden'
en 'slechten'.
Deze categorieën zijn dan ook nog eens aan hun uiterlijk herkenbaar: 'goeden' zijn altijd
mooi, 'slechten' lelijk of ze hebben een gebrek. Dit irriteert me enorm, omdat het een vertekend
beeld van de werkelijkheid geeft.
Als mijn boeken zo duidelijk waren in wie de goeden en de slechten zijn en dat de slechten hun straf niet ontlopen dan zou er geen enkele echte opvoedkundige waarde van uitgaan. Ik heb in het begin grote problemen gehad om mijn boeken gepubliceerd te krijgen. Het boek 'Aan mezelf', geschreven vanuit het gezichtspunt van een kind uit een gebroken gezin, riep weerstand op. Nu is het mijn meest succesvolle boek; vertaald en verfilmd.
Het ergste is echter dat men geschiedenis wil vervalsen via kinderboeken. Zo schrijf ik in mijn
boek 'Posa' over een mislukte militaire actie tijdens de onafhankelijkheidsoorlog van de Palmach
(elite-eenheid van de Hagana, de socialistische militie). Ik werd benaderd op wiens (politieke)
initiatief ik het boek geschreven had, omdat men niet kon geloven dat ik het uit eigen beweging
had geschreven.
In een ander boek, over het ontduiken van de Britse zee-blokkade, noemde ik de Etzel en de
Lechi (de verzetsbewegingen van Menachem Begin en Abraham Stern). Mijn uitgever zei dat die
naam er niet in mocht voorkomen. Ik vroeg hoe dat kon als ik over het verzet schreef. Zijn
reactie was dat het verzet er helemaal niet in mocht voorkomen!
Ik schrijf graag over die periode van de 'Saizon', het conflict tussen de verschillende ondergrondse
joodse verzetsbewegingen van voor de oprichting van de staat Israel.
Het duurde namelijk tot ik vijftien was dat ik hoorde dat er naast de Hagana en de Palmach ook
een Etzel en een Lechi bestaan hadden. Ik was er volledig van ondersteboven dat een stuk
geschiedenis voor me was weggehouden. Ik voelde me voorgelogen en was in tranen.
"Wat voor land is dit?" vroeg ik aan mijn geschokte moeder.
Ik heb mij toen zeer verdiept in die periode, waardoor mijn eerste boeken alleen daarover gingen.
Dat ik naast de Hagana ook over de Etzel en de Lechi schreef werd me niet in dank afgenomen.
Ik werd uitgemaakt voor fascist en een aantal boekwinkels, zoals van sommige kibboets-bewegingen,
weigerden mijn boeken te verkopen. Dat was dus allemaal omdat mijn kinderboeken volgens het
establishment niet 'politiek correct' waren.
Het duurde jaren voordat de boycot verflauwde, omdat mijn succes niet langer genegeerd kon
worden.
Dezelfde negatieve reactie krijg ik ook wel eens van rechts. Zo heb ik een boek geschreven over
het leven van Abraham Stern, leider van de Lechi, getiteld 'De rebel'. Ik ben onder de indruk van
de man: een gevoelige dichter aan het hoofd van de meest radicale ondergrondse verzetsgroep.
Niettemin is me wel eens de vraag gesteld waarom ik in het boek moest opnemen dat de Lechi
banken heeft beroofd. Hoe kan ik dat weglaten? De Lechi beroofde banken. Het hoorde bij het
dilemma van die tijd, hoe men aan geld moest komen om het verzet te financieren.
Mijn boek 'Nadia' heeft als hoofdpersoon een Arabisch meisje op een joodse kostschool. Dat
was een opzienbarend gegeven dat veel emoties opriep.
Vorig jaar wilde de regering in het kader van het 'Jaar van de Vrede' een Arabische vertaling
laten maken. Zij vond het feit dat het boek over een Arabisch meisje gaat voldoende reden
daarvoor, hoewel ik dat niet zag omdat het voor mij gewoon over een meisje uit Galilea gaat.
Uiteindelijk bleek de Arabische uitgever af te haken voor de vertaling omdat ik het gedeelte over
een Arabische aanslag, waar de hoofdpersoon mee geconfronteerd wordt, niet wilde weglaten!
Mijn laatste controversiële boek dateert van twee jaar geleden 'Kinderen van de grens',
over een jongen wiens vriend bij een aanslag door een Arabier vermoord wordt. De jongen kan
niet bevatten hoe dit kon gebeuren en hoe hij dit moet verwerken.
In dit boek probeer ik de gedachte waarmee ik dit artikel begonnen ben weer te geven: dat er
voor dit soort vragen geen eenvoudige antwoorden zijn. Ik heb er ook geen antwoord op.
Ik hoef er geen antwoord op te hebben, want ik ben een schrijver.
Terug naar index 'Het Beloofde Land'