Likoed Nederland


De geschiedenis van Israël



Israel is historisch uniek. Israel is het enige land ter wereld dat nog bevolkt wordt door hetzelfde volk, met dezelfde taal en dezelfde religie, als duizenden jaren geleden.


Nooit helemaal uit het land weggeweest


Een groot misverstand heerst ten aanzien van de aanwezigheid van het Joodse volk in het land Israël, dat door toedoen van de Romeinse keizer Hadrianus vanaf het jaar 135 Palestina werd genoemd. Onder christenen heerst de gedachte dat de Romeinen in het jaar 70 veel Joden verbande uit het land en na de revolutie van Bar Kochba in het jaar 135 alle overgebleven Joden deed verstrooien over de hele aarde.

Volgens Flavius Josephus woonden er zeven miljoen Joden in Israël in het jaar 70 en volgens Dio Cassius minstens drie miljoen in 135 na Chr. Dit laat al een heel ander beeld zien dan de visie dat er over een periode van 1800 jaar nauwelijks Joden woonden in het Heilige Land. Niets is minder waar want over een periode van 3700 jaar woonden er onafgebroken Joden in het historische land tot op vandaag.
Na de vernietiging van de tweede Tempel werden er wel veel Joden vermoord door de Romeinen en verbannen over de grenzen van het land, maar er bleven groepen Joden wonen in Galilea en ander delen van het land. We kunnen dit ook eenvoudig zien aan opgravingen in Kapernaüm, waar de resten te zien zijn van een synagoge uit de vierde eeuw na Chr. Deze synagoge was gebouwd op de fundamenten van de synagoge uit het begin van de jaartelling.


De derde revolutie

Na de revoluties in de jaren 70 en 135 tegen de Romeinse overheersing ontstond er nog een derde revolutie in het jaar 351. Onder leiding van Patricius stond de Joodse bevolking van Sepphoris op tegen de soldaten van de corrupte Romeinse heerser Gallus. De Romeinen werden verslagen en de revolutie breidde zich uit over heel Galilea en reikte zelfs tot Lydda in het zuiden. Er volgde een harde tegen reactie van de Romeinen en vele Joodse gemeenschappen werden verwoest. In het jaar 438 verbrak keizerin Eudocia het verbod voor de Joden om te bidden op het Tempelplein in Jeruzalem. Dat leidde in de Joodse gemeenschappen in Galilea tot een gerucht dat het einde van de verstrooiing nu aangebroken was. Een van de meest ongelooflijke elementen van de Joodse geschiedenis is geschreven door Joden die onder moeilijke omstandigheden wisten te overleven in toenmalig Palestina. Daar ontstond de Mishnah, de neergeschreven mondelinge Thora ofwel de mondelinge overlevering, die vanaf Mozes van geslacht tot geslacht werd doorgegeven. Ook aan de Jeruzalem Talmoed is vanaf de tweede tot vijfde eeuw gewerkt in toenmalig Palestina. Hieronder volgt een bloemlezing van getuigenissen van de Joodse aanwezigheid in toenmalig Palestina.


Bloemlezing van getuigenissen uit de geschiedenis

705 "Vanaf de tijd van Kalief Abd-el-Malik (in het jaar 705) en daarna waren er Joden onder degenen die de poorten van de Rotskoepel bewaakten. Als tegenprestatie kregen zij vrijstelling van de belasting die aan alle niet-Moslims was opgelegd. De Joden waren te werk gesteld bij het schoonmaken van het gebied van de Haram (Tempelplein)". (Mujir al-din in zijn 'Geschiedenis van Jeruzalem en Hebron')

863 "Dit is het veronderstelde jaar van de verhuizing van Yeshivat Eretz Israël van Tiberias naar Jeruzalem, waar het de centrale religieuze autoriteit voor de hele regio werd. De laatste van de Ga'ons (Wijzen) van Jeruzalem was Evyatar Ben Eliyahu Hacohen". (Nathan Schur in 'Geschiedenis van Jeruzalem')

1167 "Tweehonderd van die Joden wonen in een hoek van de stad, bij de Toren van David". (Benjamin van Tudela in zijn beroemde 'Reizen')

1395 "De Joden in de Heilige Stad wonen in hun eigen speciale woonwijken". (Reiziger Ogier D'Anglure in 'Le Saint Voyage de Jerusalem')

1499 "Onder de zeer vele Joden in Jeruzalem trof ik er een aantal aan uit Lombardije (Noord Italië), drie uit Duitsland en twee monniken die tot het Joodse geloof waren overgegaan". (Arnold von Harff's reisverhaal: 'Die Pilgerfahrt 1')

1546 "Veel Joden wonen in Jeruzalem en er is een speciale Jodenstraat". (Ulrich Prefat van Slovenië in zijn kroniek)

1611 "In dit Land wonen zij (de Joden) als vreemdelingen en zijn blootgesteld aan onderdrukking en ontbering. Als zij veracht en geslagen worden, dragen zij het met een ongelooflijk geduld. Ondanks dit alles heb ik geen Jood gezien met een boos gezicht". (George Sands, zoon van de Aartsbisschop van York in 'Reizen')

1695 De Nederlander Relandi doet wetenschappelijk verslag van zijn reis door het land. Zijn conclusies:
1. Alle plaatsnamen hebben een Joodse, Griekse of Romeinse oorsprong. (Dat is overigens nog steeds zo, met als enige uitzondering het Arabische Ramallah.)
2. Van een Arabische cultuur of weerslag in bijvoorbeeld de architectuur is geen sprake.
3. Het land is dunbevolkt. Er wonen nauwelijks Arabieren. Dat zijn dan voornamelijk bedouinen op doorreis, die komen werken als seizoensarbeiders.
Voorbeelden: in Jeruzalem wonen 5.000 mensen, meest Joden en wat christenen. In Gaza wonen 550 mensen, de helft Joden, de rest meest christenen. De Joden houden zich vooral met landbouw bezig, de christenen met handel en transport.

1751 "Elk jaar komen er zo'n 4.000 personen en evenzoveel Joden, die uit alle hoeken van de wereld komen". (Zweedse reiziger Haselquist in 'Voyages and Travels in the Levant')

1857 De Britse Consul General, James Finn, meldde: "Het land is voor een opmerkelijk groot deel zonder bewoners."

1860 In dit jaar is de eerste Joodse wijk buiten de muren van Jeruzalem gebouwd. (In 1844 woonden er in Jeruzalem 7.120 Joden en 5.000 Moslims. In 1876 woonden er 12.000 Joden in Jeruzalem en 7.560 Moslims.)

1881 "Het is geen overdrijving te zeggen dat er in Judea over een afstand van mijlen geen bewoning en geen levend wezen te zien is" (Arthur Penrhyn Stanley, de grote Britse cartograaf)

1889 "Dertigduizend van de 40.000 inwoners van Jeruzalem zijn Joden. Momenteel komen de Joden bij honderden hierheen". (De Pittsburgh Dispatch, 15 Juli 1889)

1967 In Jeruzalem wonen op een totaal van 263.309 inwoners 195.700 Joden, 54.963 moslims en 12.646 christenen.


De naam Palestina

De naam Palestina komt in de grondtekst van de bijbel niet voor. Het land wordt in de Bijbel wel Israël genoemd. In het Oude Testament in Ezech. 37:12, en in het Nieuwe Testament in Mattheüs 2:20-21, met de gebiedsdelen Galilea, Samaria, Efraïm, Judea, Zuiderland. (Negev) Door de hele Bijbel heen wordt het land Israël in verband gebracht met het volk Israël.
De naam 'Palestina' is voor het eerst gebruikt door de Grieken als benaming voor het volk Israël. In het Grieks kan die naam strijder betekenen, afgeleid van de naam Israël: hij die streed met God en mensen (Gen. 32:28)
De Romeinse keizer Hadrianus noemde het Land Israël vanaf het jaar 135 Palestina, na de revolutie van Bar Kochba. Hadrianus ontleende deze naam aan het volk der Filistijnen die in de tijd van Jozua en de Richteren voortdurend een plaag voor het volk Israël zijn geweest.


Arabische afwezigheid in Palestina

Het aantal Joden dat leefde in het jaar 70 ad in Israël, voordat een groot deel van het volk werd vermoord of verdreven en de Tempel vernietigd werd, bedroeg naar schatting 5.000.000. Zelfs 62 jaar na de vernietiging van de Tempel, toen er een revolutie uitbrak tegen de Romeinen onder leiding van Bar Kochba (132 ad), was het aantal Joden nog 3.000.000 volgens Dio Cassius.
Zeventien eeuwen later, toen een mogelijk terugkeer voor Joden naar Sion aan de horizon begon te dagen, was Palestina een bijna ontvolkt land. Reizigers die toenmalig Palestina bezochten in de achttiende en negentiende eeuw beschrijven allemaal het verlaten karakter van het land:

1835 "Buiten de poorten van Jeruzalem zagen we geen levend voorwerp, hoorden we geen enkel geluid. Het was hetzelfde stilte als voor de verlaten poorten van Pompeii. Een complete stilte heerst in de stad en op de wegen door het land. Het graf van een heel volk". (Alphonse de Lamartine)

1867 Mark Twain reisde door het hele land en beschreef het aldus:
"Het verlaten land waarvan de grond rijk genoeg is, maar overgegeven aan onkruid en overwoekert in stilte het land. De verlatenheid hier is niet voor te stellen. We bereikten veilig de berg Tabor en we zagen geen enkel mens op de hele route. Er was nergens een boom te zien, zelfs geen olijf of cactus. Zelfs deze vrienden van arme grond hadden het land bijna verlaten.
Palestina zit in zak en as. Over het land hangt de uitwerking van een vloek dat haar velden heeft overwoekerd en haar energie heeft uitgezogen. Palestina is verlaten en lelijk. Het land behoort niet meer tot de werkzame wereld".


Aantallen inwoners

Constantine Francois Volney schatte het inwonertal in 1785 van het land op niet meer dan 200.000 mensen. In het midden van de negentiende eeuw werd het aantal inwoners van Palestina geschat tussen de 50.000 en 100.000 mensen.
In 1915 bestaat de bevolking van Palestina uit 83.000 Joden en ca. 590.000 moslim en christen Arabieren. Na de verovering van het land door de Engelsen in 1917 ontstaat er het westelijk deel van Palestina, west van de Jordaan en het oostelijk deel, ten oosten van de Jordaan.
In 1922 bestaat de bevolking van (West) Palestina uit ca. 84.000 Joden en 643.000 moslim en christen Arabieren. In 1947 bestaat de bevolking van (West) Palestina uit 600.000 Joden en 1.200.000 moslim en christen Arabieren.


N.B. De basis van dit artikel is ontleend aan een tekst van Christenen voor Israel.


Bijzonder sterke Joodse claim op het land

De Joodse claim is buitengewoon sterk:

  1. Sinds een kleine vierduizend jaar wonen er leden van het Joodse volk. Dit is uniek, geen ander volk kan dat zeggen.
  2. Internationaal gelegitimeerd door een besluit van de internationale gemeenschap, tot twee maal aan toe (zie hieronder: in 1922 en 1947). Dit is uiterst zelfdzaam.
  3. In ontwikkeling genomen. Tijdens de Arabische overheersing was het land volkomen vervallen tot enerzijds moeras en anderzijds dor. De Joden hebben de moerassen droog gelegd, bossen aangeplant en akkers ontwikkeld.
  4. De Arabische tijd heeft nauwelijks blijvende sporen nagelaten. Zo zijn de plaatsnamen van Joodse, Griekse of Romeinse oorsprong en is van een eigen Arabische cultuur of weerslag in bijvoorbeeld de architectuur is geen sprake.
  5. Voortgekomen uit de koloniale tijd, in defensieve oorlog tot stand gekomen. Het eerste geldt voor veel landen, het tweede niet, veel andere landen zijn via offensieve oorlogen tot stand gekomen.
  6. Vrije toegang voor andere religies tot hun heilige plaatsen. Dit was tijdens Moslim-dominantie niet altijd mogelijk.
  7. Zelf aangekocht. De Joden hebben vrijwel al het particulier grondbezit gekocht.


Geschiedenis van de afgelopen eeuw in jaartallen

N.B. De vredesaanbiedingen die Israël heeft aangeboden dan wel heeft onderschreven zijn onderstreept weergegeven.

1897 De terugkeer. De Joden begonnen uit de verstrooiing terug te keren naar het land van hun voorvaderen in de 19e eeuw. De terugkeer kreeg door toedoen van de Joodse journalist Theodor Herzl meer gestalte en de zionistische beweging ontstond. In 1897 organiseerde hij het eerste zionistencongres in Bazel.

1915 De bevolking van West Palestina bestaat uit 83.000 Joden en ca. 590.000 moslim en christen Arabieren.

1917 The Balfour declaratie. Het hele gebied van het huidige Israël en Jordanië werd door de Britse regering als thuisland aan het Joodse volk beloofd. De Engelse minister van Buitenlandse Zaken Arthur James Balfour, vaardigde op 2 november 1917 deze declaratie uit, als eerste staatsrechtelijke erkenning van Joods woonrecht in het toenmalige Palestina en het voormalige land Israël.
Het ging toen om het gebied West en Oost van de Jordaan, dat de Engelsen op Turkije veroverde in de eerste wereldoorlog en als mandaatgebied beheerde tot 1948. De Balfour Declaratie was het resultaat van lange onderhandelingen tussen de Engelse regering en zionistische leiders.


1920 Joods Nationaal Tehuis

1920 - Originele grondgebied
toegewezen aan het Joodse Nationaal Tehuis


1922 Trans-Jordanië. In 1922 werd de Balfour-Declaratie door de Volkenbond in het Engelse Mandaat over Palestina opgenomen. Zo werd Palestina dus formeel door de wereldgemeenschap juridisch aan een toekomstige Joodse staat toegewezen, iets wat nooit herroepen is en dus nog steeds geldigheid heeft.
Dit recht van het Joodse volk op een staat in wat nu Israel, Jordanie, de Golan hoogvlakte en de omstreden gebieden zijn, is dus internationaal vastgelegd lang voor de Tweede Wereldoorlog.
Dit overigens met instemming van de Arabische landen, die kregen hun eigen landen uit de resten van het Ottomaanse Rijk.
De Engelse regering echter, door toedoen van de staatssecretaris voor Koloniale Zaken Winston Churchill, bracht een statement uit dat de Balfour-Declaratie niet van toepassing was op het gebied aan de Oostoever van de Jordaan. Het Oostelijk deel werd door de Engelse regering aan de Arabieren toebedeeld en werd Trans-Jordanië genoemd. Churchill deed dit om tegemoet te komen aan de Arabieren.
Het statement zei vervolgens dat de emigratie van Joden naar Palestina in overeenstemming moest zijn met het economisch absorptievermogen van (West) Palestina. Door de willekeurige houding van de Engelse regeringen en de instroom van Arabieren in (West) Palestina liet het absorptievermogen steeds minder Joden toe.
De Hope Simpson Commissie meldde in 1930 dat door het oogluikend toestaan van de Britse regering van illegale en ongecontroleerde Arabische immigratie vanuit Egypte, Trans-Jordanië en Syrië, die ongehinderd kon doorgaan, men minder Joodse immigranten kon opnemen dan eerst gepland was. De economische ontwikkeling in het gebied door de Joodse immigratie trok namelijk ook veel Arabieren aan. In 1922 bestond de bevolking van (West) Palestina uit ca. 84.000 Joden en 643.000 moslim en christen Arabieren.


1922 Joods Nationaal Tehuis

1922 - Uiteindelijke grondgebied
toegewezen aan het Joodse Nationaal Tehuis


1929 Vanaf dit jaar neemt het Arabisch geweld tegen de Joodse inwoners snel toe, onder invloed van een mix van het zich ontwikkelende nazisme en Arabisch nationalisme. Dit stond onder de leiding van de mufti (hoogste Islamitische geestelijke) van Jeruzalem Al-Husseini. Zie ook: de nazi wortels van Arafat.
Een dieptepunt is de aanval op de Joodse inwoners van Hebron in 1929, waarbij er 59 gedood worden en de rest wordt verdreven. Zo komt een eind aan 3.000 jaar Joodse aanwezigheid in de stad waar de aartsvaders en aartsmoeders begraven liggen.

1933 Ongelijke strijd. De strijd om het land Westelijk van de Jordaan bleef. Na de opkomst van het nazisme in 1933 nam de emigratie van Joden naar toenmalig Palestina sterk toe.
De Peel Commissie concludeerde dat de Joden zelf het absorptievermogen van het land hadden vergroot. Later beperkte de Engelse regering de toegang voor Joden tot het mandaatgebied. Tijdens en na de Holocaust in Europa was de weigering van de Engelsen Joodse vluchtelingen binnen te laten een verschrikking. Als dieptepunt geld het terugsturen van overlevenden van een concentratiekamp naar Duitsland. Veel Joden die aan de kust van de Middellandse Zee opgepakt werden door de Britten werden naar Cyprus verscheept. Aan de andere kant konden Arabieren zonder enige restrictie de Jordaan over steken.
De Britse gouverneur in de Sinaï Woestijn (1922-1936) meldde dat de illegale emigratie van Arabieren naar Palestina niet alleen plaatsvond vanuit de Sinaï Woestijn, maar ook vanuit Trans-Jordanië en Syrië. (Palestine Royal Report, Pag. 291)
De Peel Commissie rapporteerde dat het tekort aan land minder te maken had met het toebedeelde land aan Joden, maar vooral kwam door de snel groeiende Arabische bevolking. (Palestine Royal Report, Pag. 242)

1937 Het eerste aanbod. Verdelingsplan Peel Commissie. In 1937 werd de Engelse Peel Commissie in het leven geroepen om een verdeelplan op te stellen. Deze commissie, onder leiding van Lord Peel, presenteerde een verdeling van een kleine Joodse staat en een grotere Arabische staat in Westelijk Palestina. Het plan hield voor de Joodse bewoners van het land een soort vrijstaat in van Galilea, de kuststrook en een door de Engelsen gecontroleerde corridor van Tel Aviv naar Jeruzalem.
De Peel Commissie concludeerde in 1937 dat de enige logische oplossing van de tegenstrijdige aspiraties van de Joden en Arabieren, de verdeling van Palestina in twee aparte staten was. De Joden waren bereid te onderhandelen over de grenzen, maar de Arabieren wezen het plan af omdat het hun de acceptatie van een Joodse staat opdrong.

1945 Strijdgroepen - van wat later de Likoed zou worden - proberen met aanslagen de Engelsen te bewegen om hun belofte voor een Joodse Staat in te lossen. Doelwitten zijn echter uitsluitend militaire objecten (hoofdkwartieren, gevangenissen, vliegvelden) en ook daarbij is het uitgangspunt zo min mogelijk slachtoffers te maken. De socialistische beweging wijst dit eerst af, maar doet later alsnog mee. De Engelsen weten geen raad meer met Palestina en vragen de VN om een besluit.

1947 Het Tweede aanbod: Het Verdelingsplan van de VN, resolutie 181 in 1947. Een commissie stelde een nieuwe verdeling voor dat werd aangenomen door de Algemene Vergadering van de VN. Het stuitte op verzet van Arabische zijde omdat zij vonden dat ze niet beloond werden naar hun meerderheid aan inwoners.
De Joden hadden echter geen kans gehad tot de meerderheid uit te groeien omdat Arabieren van alle kanten vrij het land binnen konden komen terwijl Joden mondjesmaat werden toegelaten.
Een probleem in het plan was Jeruzalem. Meer dan 100.000 Joden kwamen geïsoleerd te zitten midden in Arabisch land. De inwoners van het Joodse deel waren 600.000 Joden en 350.000 Arabieren. In het Arabische deel woonden ca. 850.000 Arabieren.
Naar Britse statistieken had 70% van het land in het Joodse deel geen eigenaar. Na het vertrek van de Britten werd de staat Israël eigenaar. 9% van het land in het Joodse deel had Joodse eigenaren en 3% had Arabische eigenaren die de Israëlische nationaliteit aannamen. 18% van het land in het Joodse deel behoorde aan Arabische eigenaren die het Joodse deel verlieten vanwege de Arabisch invasie. (The Government of Palestine pag. 257)
Verschillende landen en commissies bogen zich over het probleem. De Joden accepteerden het Verdelingsplan maar de Arabieren wezen het af. In 1947 bestaat de bevolking van West Palestina uit 600.000 Joden en 1.200.000 moslims en christenen.
Overigens ontkennen Arabische woordvoerders dan nog dat er zoiets als een Palestijnse entiteit zou bestaan, er kan slechts gesproken worden over "Zuid-Syrië".

1948 Oprichting van de Staat Israël. Na het vertrek van de Engelsen uit hun mandaatgebied roept David Ben Gurion op 14 mei 1948 de Staat Israël uit. De oprichting geschiedt op basis van het VN Verdelingsplan. Een meerderheid van staten waaronder de VS en de Sovjet-Unie erkenden de staat Israël en beschuldigden de Arabieren voor hun agressie.

1948 Onafhankelijkheid Oorlog. Op de dag na de oprichting van de Staat Israël vallen op 15 mei zes Arabische landen Israël aan: Egypte, Jordanië, Syrië, Libanon, Saoedi-Arabië en Irak.
Generaal Azzam Pasha van de Arabische Liga verklaart: "Dit wordt een oorlog van uitroeing, een enorm bloedbad waarover gesproken zal worden als dat van de Mongolen en de Kruistochten." De mufti van Jeruzalem valt hem bij: "Ik verklaar een heilige oorlog, mijn Moslim broeders! Vermoord de Joden! Vermoord ze allemaal!" (zie voor meer over de mufti: De nazi wortels van Arafat.)

Jordanië annexeert de mandaatgebieden Samaria en Judea en noemde het voortaan 'Westbank'. Het zijn sindsdien betwiste gebieden.
Ook het Oostelijk stadsdeel van Jeruzalem werd door de Jordaniërs ingenomen. Veel Joodse inwoners van de Joodse wijk in de Oude Stad kwamen om het leven en hun hele wijk werd verwoest. Er worden 57 synagogen verwoest en de hele wereld zweeg, ook toen er veel Joodse graven van de Olijfberg werden verwoest en de grafstenen werden gebruikt voor urinoirs in de Oude Stad.
Tijdens deze onafhankelijkheidsoorlog, die Israël wonderbaarlijk won met weinig militaire middelen, kwam 1% van de Israëlische bevolking om.


Joden worden door het Jordaanse leger verdreven uit Oost-Jeruzalem:
Zionspoort, Jeruzalem, 1948.


1948 Het derde aanbod. Na de Onafhankelijkheidsoorlog bood Israël vredesonderhandelingen aan en een verdeelplan voor het land. Reactie: afgewezen.
Gedurende de zomer van 1948 zond de VN Count Folke Bernadotte naar het Midden-Oosten om een bestand tot stand te brengen en onderhandelingen te starten. Zijn plan hield in dat Israël de Negev en Jeruzalem zou opgeven voor Trans-Jordanië en daar voor in de plaats westelijk Galilea te krijgen. Beide zijden wezen het af.
Bernadotte schreef in zijn dagboek: "Ik vindt bij de Palestijnse Arabieren nauwelijks een ontwikkeld Palestijns nationalisme. De eis voor een onafhankelijk Arabische Staat in Palestina wordt nauwelijks gehoord en het schijnt mij toe dat onder de huidige omstandigheden de Palestijnse Arabieren tevreden zouden zijn met het Trans-Jordaanse burgerschap. (bron: Folke Bernadotte, To Jerusalem, London 1951, pag. 113)

1948 Vluchtelingenprobleem. Door berichten in de Arabische media over wreedheden van de Joden vluchtten vermoedelijk tussen de 350.000 en 420.000 Arabieren naar de omringende landen. Zeventig procent van deze Arabische vluchtelingen heeft nog nooit een Israëlische soldaat gezien. Vaak was de 'vlucht' ook een bewuste keuze, zie onderstaand citaat: "In Haifa deed begin april een aanzienlijke Arabische strijdmacht bestaande uit Syriërs, Irakezen, Transjordanieërs en enkele Europeanen (zoals bv. uit de oude landbouwkolonies afkomstige Duitsers en Britse deserteurs) een aanval op de Joodse wijk op de Carmelberg. Het scheelde weinig of ze hadden er zich meester van gemaakt.
Op 21 april verdreef een krachtig tegenoffensief van onderdelen van de Haganah en de Irgoen de Arabieren uit hun stellingen; in de nacht nam de generale staf van het bevrijdingsleger de benen en de in de steek gelaten troepen verspreiden zich.
Een delegatie van het Arabische comité van Haifa weigerde trots een wapenstilstand te ondertekenen en eiste hulp bij de evacuatie van de bevolking en haar overbrenging naar de naburige Arabische landen. De Joodse burgemeester van Haifa Shabetaï Levi heeft toen een hartstochtelijke oproep gedaan naar de Arabische delegatie om haar besluit nog te heroverwegen."
(Verslag van het Arabisch comité in Haifa aan de bij de Arabische Liga aangesloten regeringen, 27 april 1948).

Na de oorlog zagen ongeveer 900.000 Joodse vluchtelingen kans, die verschrikkelijke vervolgingen overleefd hadden, uit de Arabische landen te vluchten naar Israël. De Joodse vluchtelingen zijn volledig geïntrigeerd in de Israëlisch samenleving. Daarnaast vluchtten 300.000 Joden naar andere landen als Israël.
Aantallen Arabische vluchtelingen aantallen verschillen nogal bij diverse waarnemers. Eind mei schatte de Syrische afgevaardigde van de VN, Faris el Khouri, het aantal op 250.000. Count Bernadotte, de afgevaardigde van de VN in het Midden-Oosten, schatte het aantal Arabische vluchtelingen op 360.000 (VN Document A/1648). Sir Rafael Cilento, directeur van de UNDRO, meldde in december 1948 dat hij 750.000 monden moest voeden terwijl er nooit meer dan 400.000 vluchtelingen konden zijn. Het was bekend dat Arabieren naar de vluchtelingenkampen gingen voor gratis eten en drinken. In september 1949 was het aantal inmiddels opgelopen tot ca. 1.000.000, volgens W. de St. Aubin, directeur van UN Field Operations. Overigens ging ongeveer tweederde van het ene deel van het land naar een ander deel en is daarmee formeel geen vluchteling.
De meeste van de oorspronkelijke Palestijnse vluchtelingen uit 1948 zijn nu - 60 jaar na dato - uiteraard overleden. Om politieke redenen heeft de VN echter besloten dat kinderen waarvan één van de ouders een Palestijnse vluchteling is ook 'vluchteling' zijn en zo veel mogelijk in vluchtelingenkampen moeten blijven wonen (gefinancierd door de Verenigde Naties). Deze onzinnige regel is alleen geldig voor Palestijnen. Het gevolg is dat het aantal Palestijnse 'vluchtelingen' blijft toenemen, inmiddels miljoenen.
In de oorspronkelijke resolutie over de vluchtelingen wordt trouwens niet over nakomelingen gesproken. In die (overigens niet-bindende) resolutie 194 staat dat vluchtelingen (zowel Arabische als Joodse) "die in vrede met hun buren willen leven" zouden moeten terug keren. De Arabische landen stemmen overigens tegen omdat de resolutie impliciet Israel erkent.


Israël in de Arabisch-Islamitische wereld


1949 Wapenstilstand. Aangezien de Arabische buurstaten niet tot vredesonderhandelingen bereid zijn, sluit Israel noodgedwongen wapenstilstandsverdragen met ze. De wapenstilstandslijnen worden de facto grenzen, hoewel alle partijen zich uitdrukkelijk niet aan deze grenzen willen binden. Ofschoon deze 'grenzen' dus uit 1949 stammen, worden ze misleidend 'de grenzen van 1967' genoemd. Zo lijkt het of ze van recenter datum zijn en of het internationaal erkende grenzen zijn, in plaats van slechts wapenstilstandslijnen.
Israel beslaat met deze grenzen 18% van het oppervlak van het voormalige mandaatgebied Palestina.

1956 Suez Crisis. Door de oorlogsdreiging van de Egyptische president Nasser en de blokkade die hij instelde voor scheepvaart van en naar Israël in het Suez kanaal, viel Israël op 29 oktober de Sinaï woestijn binnen. Israël, gesteund door Frankrijk en Groot-Brittanië veroverde het hele gebied, inclusief de Gaza-strook.
Nasser sprak eerder in 1956 over Egyptische helden (fedayeen), zonen van Farao die het land Palestina zullen reinigen. De fedayeen was een verzamelnaam van kleine groepjes terroristen. Naast de blokkade van het Suezkanaal waren de aanvallen van de fedayeen een belangrijke reden voor Israëls aanval op Egypte. De Israëlische ambassadeur voor de VN, Abba Eban, sprak over de fedayeen op 30 oktober 1956 voor de veiligheidsraad: "vanaf 1950 telde Israël 1339 grensgevechten met gewapende Egyptenaren, 435 invallen van fedayeen in Israël, 172 gevallen van sabotage van de fedayeen in Israël. Als gevolg van deze acties stierven 1001 Israëli's en werden er 364 gewond."
Onder grote druk van de VS, die niet in de aanval op Egypte was gekend, trok Israël zich terug uit alle veroverde gebieden. De oorlog beëindigde de activiteiten van de fedayeen, totdat ze zich later verenigden in de Palestine Liberation Organisation (PLO).
Vierde aanbod. Ook na deze oorlog bood Israël weer aan om over vrede te onderhandelen. Het werd algemeen afgewezen.

1964 Oprichting van de PLO. In 1964 wordt op de Olijfberg in Oost-Jeruzalem door Yasser Arafat de PLO opgericht. Deze naam staat voor Palestine Liberation Organisation. Terwijl de betwiste gebieden 'Westbank' en de Gaza-strook nog (illegaal) in handen zijn van Jordanië en Egypte, spreekt Arafat van de bevrijding van Palestina. Daar bedoelde hij mee de vernietiging van de fragiele staat Israël door geweld en terreur. Zie het Handvest van de PLO, (dat ondanks vele beloften nooit herroepen is): "Palestina met de grenzen die het had gedurende het Britse Mandaat is een ondeelbare territoriale eenheid. ... Gewapende strijd is de enige manier om Palestina te bevrijden. ... Het Verdelingsplan is illegaal. ... Claims van historische of religieuze banden van Joden zijn niet in lijn met historische feiten. ... Alle oplossingen die niet de totale bevrijding van Palestina inhouden worden verworpen."
Dit wordt in 1974 bevestigd in het PLO plan voor een eventuele "Gefaseerde bevrijding van Palestina".
Spoedig zou de wereld horen van bomaanslagen en vliegtuigkapingen. Dieptepunten waren de moord van 11 Israëlische atleten tijdens de Olympische Spelen van München in 1972 en de aanslag op een school in Noord-Israël in 1974 met 26 dodelijke slachtoffers, meest kleine kinderen.

1967 Zesdaagse Oorlog. Eerst sloot de Egyptische president Nasser de Straat van Tiran af voor Israëlische scheepvaart (daarmee de belangrijke haven van Eilat blokkerend, een daad van oorlog) en stuurde de VN vredesmacht naar huis, daarmee zijn grens vrij makend om Israel te kunnen aanvallen. De Syrische minister van Defensie, Hafez Assad, sprak over Israël te vernietigen. Vervolgens nam Israël in zes dagen de Golan hoogvlakte in, de betwiste gebieden en de Sinaï woestijn. Dit gebeurde nadat Jordanië Israel had aangevallen, ondanks een dringend beroep van Israel om zich buiten de oorlog te houden.
Arabische uitspraken van vlak voor de oorlog:


Zoals hiervoor vermeld waren het al betwiste gebieden, omdat Gaza en de Westbank behoorden tot het mandaatgebied, dat door de Volkenbond al in 1922 als Joods nationaal tehuis was aangewezen.
En Jordanië, dat het van 1948 tot 1967 geannexeerd had, is zeker alle aanspraak op het gebied kwijtgeraakt, omdat het dit verloor in een zelf begonnen oorlog.

1967 Vijfde aanbod. Israël bood onmiddellijk land aan in ruil voor vrede. Op 1 september besluit de Arabische Liga in Khartoum echter tot de drie beruchte nee's: Vrede met Israël: Nee! Onderhandelingen met Israël: Nee! Erkenning van Israël: Nee!
De Veiligheidsraad neemt de beroemde resolutie 242 aan, die nog steeds de basis vormt voor de vredesonderhandelingen: terugtrekking van Israël in ruil voor erkende en veilige grenzen.


De wapenstilstandslijnen van 1949
(de zogenaamde 'grenzen van 1967')

Niet erg veilig voor Israël ....


1973 Jom Kippoer Oorlog. Op de heiligste dag in 1973, Jom Kippoer ofwel Grote Verzoendag, vallen Israëls vijanden van alle kanten Israël binnen. Op de Golan hoogvlakte staan 180 Israëlische tanks tegen een overmacht van 1.400 Syrische tanks. Bij het Suez Kanaal staan 500 Israëlische militairen tegen een overmacht van 80.000 Egyptische militairen. Israël wordt bijna onder de voet gelopen maar weet zich wonderbaarlijk te herstellen en wint de oorlog.

1973 Zesde aanbod. Na de Yom Kippoer oorlog, die begonnen was door de onverwachte aanval van de omringende landen op de meest heilige dag van het Joodse volk Jom Kippoer, bood Israël weer vrede aan: het antwoord was weer: nee!

1974 De PLO besluit tot het plan voor de gefaseerde vernietiging van Israel. Dit houdt in dat zelfs als er een Palestijnse staat komt de PLO niet zal stoppen met geweld tot 'heel Palestina' Arabisch zal zijn.

1978 Camp David akkoorden. In 1978 wordt er een vredesakkoord gesloten tussen Israël en Egypte. President Anwar Sadat van Egypte en premier Menachem Begin van Israël ondertekenen het akkoord onder het toeziend oog van de Amerikaanse president Carter in Camp David. Israël ging akkoord met de volledige terugtrekking uit de Sinaï woestijn in ruil voor normale betrekkingen tussen Egypte en Israël.
De Sinaï woestijn maakte 80% deel uit van het hele gebied wat Israël toen in beheer had. Israël trok zich terug uit de Sinaï woestijn en ontruimde twee nederzettingen. Er ontstonden betere betrekkingen met Egypte maar vanuit Westerse optiek verre van normaal.
Zevende aanbod. In de Camp David akkoorden wordt de mogelijkheid van autonomie voor de Palestijnen opgenomen. Hier komt niets van terecht, omdat Palestijnen die daar aan mee wilden werken door de PLO met de dood bedreigd werden.

1982 Sinds dat de PLO in 1970 met geweld uit Jordanie is verwijderd zit het in Libanon, van waaruit aanslagen op Israel worden georganiseerd. Israel valt daarom de PLO in Libanon aan. De top van de PLO vertrekt naar Tunis. De toenmalige Israëlische minister van defensie Sharon laat christelijke strijdgroepen controleren of alle PLO terroristen uit de kampen Shabra en Shatila vertrokken zijn. Helaas doden zij daarbij honderden burgers, uit wraak voor de vele wreedheden die de PLO tegen de christenen begaan had.

1985 Hezbollah stelt haar programma vast: "Onze strijd zal pas eindigen wannneer deze entiteit [Israël] is weggevaagd. Wij erkennen geen verdragen er mee, geen wapenstilstand en geen vredesakkoorden."

1987 Eerste Intifada. Onder leiding van Yasser Arafat vanuit Tunis breekt in 1987 een door de PLO georganiseerde opstand uit, genaamd Intifada. Anders dan de heersende gedachte in die tijd, was hun doel niet in de eerste plaats Israëli's te doden door aanslagen.
Het eerste doel van de PLO was de Palestijnse bevolking in Judea en Samaria achter hun zaak te krijgen. Ze drongen in scholen om leerkrachten te bewerken. Angst was het devies. Op veel scholen werden sindsdien leerlingen opgehitst tegen Israël. Ook bediende de PLO zich van gemaskerde bendes die vermeende collaborateurs (mensen die zakelijke of andere contacten hadden met Israëli's) thuis opzochten, en hen voor de ogen van hun familieleden met bijlen en messen afslachten. De Jeruzalem Post maakte regelmatig melding van deze aanslagen op hun eigen mensen. Geleidelijk aan verschenen de bekende plaatjes op de journaals van stenengooiende Palestijnse jeugd. De normale contacten tussen Joden en Arabieren werden onder druk gezet en er werd haat gezaaid tegen Israël.

1988 Hamas stelt haar Handvest vast: "Het doel is om de vlag van Allah over elke centimeter van Palestina te hijsen. ... Vredesvoorstellen zijn strijdig met de uitgangspunten van Hamas. ... Er is geen oplossing voor het Palestijnse probleem anders dan Jihad. ... De Joden willen de wereld beheersen, er is nooit ergens een oorlog uitgebroken zonder hun vingerafdrukken erop. ... De moslims zullen zo moeten vechten en doden dat de tijd zal komen dat de bomen en stenen zullen roepen: er verschuilt zich een Jood achter mij, kom hem doden."

1993 Achtste aanbod, Oslo akkoorden. In het begin van de jaren '90 wordt er in het geheim onderhandelingen gevoerd tussen linkse Israëlische politici en Palestijnse onderhandelaars. Door deze handelswijze en de vorming van een links kabinet van premier Rabin stond het volk voor een voldongen feit: de onderhandelingen met aartsterrorist Arafat in Washington in 1993.
De wereld vond het allemaal prachtig en geloofde dat er nu echt iets zou veranderen. Arafat had in een persoonlijke brief toch bezworen dat de terreur tot het verleden zou behoren?
Maar gedurende 1993 vonden er meer aanslagen tegen Israëli's plaats dan ooit tevoren in Israël. Het fenomeen van de zelfmoordaanslag deed zijn intrede. Moslim-fundamentalisten van Hamas en Islamitische Jihad vonden het idee van vrede met de Joden afzichtelijk en en starten dus met de aanslagen op bussen, restaurants, disco's enz.
In maart van het jaar 1993 sloot Rabin de betwiste gebieden af vanwege terreur waardoor van de ene op de andere dag veel Palestijnse werknemers niet meer naar hun werk konden. Israël begon de ene na de andere bepaling van Oslo uit te voeren. Het aantal bepalingen van Oslo dat Arafat uitvoerde was nul!
De inmiddels overleden PLO'er Hoeseini noemde de Oslo akkoorden het paard van Troje. In plaats van de Oslo bepaling terreur organisaties op te ruimen werd er aan een nog veel groter terreur netwerk gebouwd. Een leger van grote en kleine zelfmoordenaars.

Kijk eens naar de bepalingen, heel kort weergegeven, die de beide partijen overeen kwamen en de uitwerking ervan tot nu toe.

Israël beloofde:

De Palestijnse Autoriteit beloofde:

Israël maakte vijf van de zes beloften waar, de PA nul van de zeven. De PA deed zelfs het tegenovergestelde: het aanmoedigen en ondersteunen van terreur en het verheerlijken van geweld en martelaarsschap, zelfs bij jonge kinderen.
Arafat kon helaas de omslag van terrorist naar staatsman niet maken. Hij had een externe vijand nodig om zijn corrupte en van vriendjespolitiek doordrenkte regime staande te houden.

1994 Vrede met Jordanië. De betrekkingen worden genormaliseerd en de rivier de Jordaan blijft de grens, zoals vastgesteld in het Mandaat.

2000 Negende aanbod, Ehud Barak. De Israëlische premier Ehud Barak biedt Arafat 97% van de betwiste gebieden aan en Oost Jeruzalem om daar zijn Palestijnse staat te vestigen. Arafat zegt nee. Op 25 juli worden de onderhandelingen afgesloten en de Amerikaanse president Clinton en Ehud Barak leggen de schuld bij Arafat.
Na het mislukken van de onderhandelingen tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit word de tweede Intifada voorbereid. Ondertussen is 40% van de betwiste gebieden onder beheer van de PA. In die 40% woont 97% van alle Palestijnen in de betwiste gebieden.


De vredesvoorstellen van Barak en Sharon, 2000 en 2001

Alleen het witte en lichtgrijze gebied zou bij Israël blijven.


2000 Tweede Intifada. In de zomer van het jaar 2000 werden er overal in de betwiste gebieden en in de Gaza-strook jonge Palestijnen gerecruteerd voor een nieuwe geweldspiraal tegen Israël. Arafat geeft het sein voor de aanval als Ariël Sharon als Knesset lid, na vooroverleg met de Israëlische autoriteiten en de Palestijnse Autoriteit, gaat kijken op het Tempelplein naar vernielingen door de Islamitische Waqf. Als gevolg van deze geweldsgolf komen honderden Israëli's en Palestijnen om.

2002 Israel start met de bouw van een veiligheidshek tegen terroristen. Het doet het aantal Israëlische terreurdoden drastisch dalen. Ook het aantal Arabische doden door Israëlisch geweld loopt hierdoor sterk terug. Het aantal Arabische doden door inter-Arabisch geweld gaat dit vanaf 2005 zelfs overtreffen.

2003 Tiende aanbod: Routekaart voor vrede. Deze wordt wel mede door de Palestijnen ondertekend, maar die geven direct daarop aan de belangrijkste bepaling (die zij ook al zonder resultaat hadden onderschreven in de Oslo-akkoorden) niet te zullen uitvoeren: het beëindigen van terreur en de ontmanteling van terroristische organisaties.

2005 De eenzijdige terugtrekking van Israel uit de Gazastrook. De bouw van het veiligheidshek heeft het mogelijk gemaakt dat Israel zich behoorlijk tegen terroristen kan beschermen zonder fysieke aanwezigheid. Een groot probleem blijven de vele raketten die vrijwel dagelijks over het hek afgevuurd worden.

2005 Dit is het eerste jaar dat er meer Palestijnen omkomen door onderling Palestijns geweld dan door Israelisch geweld. Het is een trend die zich nadien versterkt zal voortzetten.
Dat is niet verbazingwekkend. Sinds het einde van de Israelische bezetting en het begin van Palestijnse autonomie ruim tien jaar geleden hebben de Palestijnen zich enorm bewapent. En is er een onafgebroken hersenspoeling geweest - door de Palestijnse media en het onderwijs - dat geweld en het sterven als martelaar het mooiste is wat er te bereiken is.

2006 Hamas wint de Palestijnse verkiezingen. Een aantal landen, waaronder Nederland en de Verenigde Staten, hebben zich vergeefs verzet tegen het meedoen van Hamas aan de verkiezingen, want nergens anders ter wereld wordt toegestaan dat terroristische en/of racistische organisaties aan verkiezingen meedoen. In een waarachtige democratie horen die niet deel te nemen aan een regering, want dan regeert in werkelijkheid de geweerloop.

2006 In reactie op de Hamas-regering kondigen de donorlanden van de Palestijnen een financiële boycot af om Hamas onder druk te zetten haar standpunt te matigen. Hamas dient het geweld af te zweren, het bestaansrecht van Israël te erkennen en bestaande vredesafspraken na te komen. Uiteindelijk blijkt de financiële hulp over 2006 drie maal zo hoog te zijn als het voorgaande jaar.

2006 Hamas en Hezbollah vallen samen het Israël binnen 'de grenzen van 1967' aan, ondanks de Israëlische terugtrekkingen uit Libanon en Gaza. Zij maken daarmee duidelijk dat wat Israël ook doet om vrede te bereiken, zij het vermoorden van Joden zullen voortzetten uit onvervalst antisemitisme.
Hezbollah aanvoerder Nasrallah zegt dat onomwonden: "Laat alle Joden maar naar Israël vertrekken, dan hoeven wij niet wereldwijd op ze te jagen."

2007 Hamas valt Fatah aan in Gaza en neemt het bestuur daar over. Dat richt zich vervolgens volledig op het binnensmokkelen van wapens, het aanleggen van bunkers en het afschieten van raketten op Israel.

2008 Hamas verklaart dat het Israel nooit zal erkennen. Er zal dus nooit vrede met Israel kunnen zijn, hoogstens een wapenstilstand.
December: Hamas zegt de wapenstilstand op en intensiveert de raketbeschietingen die al zeven jaar (!) aan de gang zijn. Israel reageert met een militair offensief. Hamas verschuilt zich daarbij bewust tussen burgers, de oorlogsmisdaad van 'het menselijk schild' en is zo verantwoordelijk voor de burgerslachtoffers die vallen.




Naar:
de home page van
Likoed Nederland

Naar:
de plattegrond van de site
van Likoed Nederland