Door auteur Leon de Winter, 15 november 2003.
Vertaalde tekst van de Elias Canetti-lezing in Wenen: Warum sind denn
die Juden schuld?
De uitslag van de enquete die de Europese Commissie onder 7500
Europeanen heeft laten uitvoeren - die kan worden samengevat als:
'Israel is het grootste gevaar voor de wereldvrede' - was schokkend en
rauw.
Welke overwegingen brengt de meerderheid van de totale Europese
bevolking van 376 miljoen mensen ertoe om een landje ter grootte van de
helft van Belgie met een bevolking van zes miljoen mensen, van wie 5
miljoen joden, te omschrijven als het grootste gevaar voor de
wereldvrede? Dat landje heeft nooit een Europees land aangevallen of
bedreigd en is tot nu toe uitsluitend regionaal in gevecht geweest met,
naar huidige Europese maatstaven, abjecte Arabische tirannieen.
Sinds 1982 woedt er een hevige publiciteitsoorlog waarin het positieve
beeld dat Europeanen in meerderheid van Israel hadden - en dat
vermoedelijk altijd geforceerd en artificieel was - geleidelijk is
opgelost in het beeld dat op dit moment heerst: een ontvlambare
mengeling van Joodse agressiviteit, Joodse arrogantie, Joodse morele
chantage en Joodse geheime agenda's.
De stereotypen die na de Tweede
Wereldoorlog door zware maatschappelijke taboes waren onderdrukt, zijn
na vijftig jaar weer springlevend opgedoken (nadat ze decennialang in de
Arabisch-islamitische wereld met zorg zijn opgekweekt).
Amerika's
buitenlandse politiek wordt door de aanwezigheid van als Joden
identificeerbare politici als Richard Pearle en Paul Wolfowitz in zowel
populaire complottheorieen als de serieuze media als een uitvloeisel van
Israelische, dus Joodse, belangen gekenmerkt. De grenzen tussen de
conservatieve groepen in de Amerikaanse en Israelische samenlevingen
zijn in de perceptie van veel Europeanen vervaagd; voor hen brengen de
belangen van hegemonistische Joden als Sharon en radicale christenen als
Bush de wereldvrede aan het wankelen.
In de uitslag van de enquete is de mooiste droom van Osama bin Laden
werkelijkheid geworden: hij heeft het Westen uit elkaar gedreven en de
Europeanen hebben hun laatste restanten schuldgevoel ten opzichte van de
Joden opzijgeschoven en verwijten nu in de beste antisemitische
tradities de meeste ellende in de wereld aan Israel, het land van de
Joden.
Om te overleven heeft Israel sinds 1948 vier bittere oorlogen met de
Arabische wereld moeten voeren. Maar de zwaarste oorlog blijkt de
huidige publiciteitsoorlog te zijn. En uit deze enquete blijkt dat deze
oorlog door Israel is verloren.
Er bestaat in Europa een kolossale aandacht voor het
Israelisch-Palestijnse conflict. Veel meer dan voor Tsjetsjenie of de
Soedanese burgeroorlog. Toch gaat het in de Bezette Gebieden om een, in
de kern, vrij beperkt regionaal conflict om verwaarloosbaar kleine en
onvruchtbare stukjes grond.
Dit is een greep uit de mand met conflicten
die tot een nucleaire wereldbrand kunnen leiden: het conflict om Kashmir
tussen de nerveuze atoommachten Pakistan en India; de bizarre conflicten
rond het door een waanzinnige filmfreak geleide Noord-Korea; de
nucleaire ambities van de dictatoriaal geleide, paranoide landen Iran,
Libie en Saoedi-Arabie; de Chinese onvrede met het welvarende en
onverzettelijke Taiwan.
Hoe wreed en tragisch de actualiteit die wekelijks mensenlevens kost,
rondom en in Israel ook kan zijn, het terrorisme en de Israelische
reacties daarop treffen op geen enkele wijze de continuiteit van de
regionale natiestaten.
Dagelijks lijken de media iets anders te
suggereren, maar de status-quo in het Midden-Oosten is stabieler dan
ooit. Het Palestijnse terrorisme tast de kracht en de overlevingswil van
Israel niet aan en de Israelische militaire acties kunnen op hun beurt
de Palestijnse onafhankelijkheidsdrang niet onderdrukken.
Door Iran en
Syrie gesteunde Palestijnse terreurgroepen brengen regelmatig onrust aan
Israels grenzen teweeg, maar ook als dat gebeurt wordt de wereldvrede -
het ontbreken van militaire gewelddadigheden die hele continenten
beslaan - op geen enkele manier ondermijnd, aangezien dit regionale
conflict, zoals de meeste regionale conflicten elders in de wereld, geen
splijtende rol meer speelt in mondiale krachtsverhoudingen.
De
gevaarlijke rivaliteit tussen de Atlantische en Oost-Europese
machtsblokken is met de Sovjet-Unie verdwenen. Dit wil niet zeggen dat
het onmogelijk is om dit conflict tot inzet van andere conflicten te
maken. Osama bin Laden is zich van de symboolwaarde van Israel ten
diepste bewust.
In de jaren negentig zijn in Tsjetsjenie naar schatting 100.000 mensen
om het leven gekomen in de nog steeds voortgaande oorlog tussen Moskou
en islamitische afscheidingsbewegingen. De oorlog van het Soedanese
islamitische regime tegen de christelijke en animistische zuidelijke
stammen heeft naar schatting tussen de een en twee miljoen doden gekost.
Ook de strijd tussen de Hutu's en Tutsi's heeft miljoenen doden gekost.
Dat zijn allemaal aantallen die een ernstig veelvoud zijn van de
Palestijnse slachtoffers die gedurende de twee intifada's bij
Israelische militaire acties zijn gevallen.
Wat zijn de cijfers? De
onafhankelijke Israelische mensenrechtenorganisatie B'tselem schat het
aantal Palestijnse doden van de twee intifada's samen en de periode
daartussen, dus van december 1987 tot en met juni 2003, op 3544, dat
zijn er 0,6 per dag (aan Israelische zijde vielen meer dan 1100 doden).
Ofwel: ook al vallen er bijna dagelijks op tragische wijze slachtoffers
in het Israelisch-Palestijnse conflict, de omvang van het geweld wordt
door het geweld in andere delen van de wereld verre overtroffen.
Waarom staat Israel dan wel jaar in jaar uit in het middelpunt van de
Europese belangstelling? Het gaat kennelijk niet om de aantallen
slachtoffers, die extreem veel lager zijn dan bij andere conflicten. Het
gaat vermoedelijk ook niet om de inrichting van het Israelische
politieke landschap, waarin Israelische Arabieren als weinig meer dan
tweederangs burgers fungeren (en desondanks de meest vrije Arabieren in
het hele Midden-Oosten zijn dankzij hun vrijheid van vergadering en
vrijheid van meningsuiting).
Hebben etnisch-religieuze minderheden het
in het niet-Joodse deel van het Midden-Oosten beter dan in Israel? In de
hele Arabisch-islamitische wereld worden minderheden onderdrukt en
vervolgd, van de Kopten in Egypte tot de Berbers in Marokko tot de
christenen in Syrie en de Moerassjiieten in Irak. Daarmee vergeleken
steekt de behandeling door Israel van zijn eigen Arabische minderheid
gunstig af.
Het intrigerende is dat deze feiten in de beeldvorming rond Israel geen
rol spelen. De voormalige Nederlandse minister van buitenlandse zaken
Hans van Mierlo verklaarde onlangs in een televisieprogramma dat
Nederland "dingen van Israel accepteert die wij van geen ander land in
de wereld accepteren".
Hij moet de behandeling van Palestijnen en de
bezetting van Gaza en de West-Bank bedoelen; maar hoe zwaar de
Israelische militaire represailles zo nu en dan ook mogen zijn, ze
verdwijnen in het niet naast de verwoestingen die door de Russen in
Tsjetsjenie of in de Algerijnse strijd tegen het inheemse islamisme of
door de Chinezen in Tibet zijn aangericht.
Daarover heeft Van Mierlo
zich nooit zo sterk uitgelaten als over de Israelische repressie, die
feitelijk lichter is maar emotioneel veel zwaarder wordt gewogen.
Omgevingsfactoren, de zogenaamde geopolitieke situatie, spelen in Van
Mierlo's overwegingen geen rol. Maar ze zijn voor de objectieve
beeldvorming van essentieel belang. Israel wordt uitsluitend omringd
door vijandige Arabische volken die lijden aan ernstige economische,
sociale en culturele crises en die niet bij machte zijn om hun
verlammende dictatoriale regimes door moderne en meer democratische
bestuursvormen te vervangen.
Van Mierlo kan leven met de totale
vernietiging van de Tsjetsjeense maatschappij door de Russen, maar niet
met de Israelische repressie van de Palestijnse bevolking in de Bezette
Gebieden waar - tot in 1987 de Eerste Intifada uitbrak die aan het
relatief vredige samenleven van Palestijnen, Israeliers en Joodse
kolonisten een einde maakte - onder Israelisch bestuur opmerkelijke
economische, sociale en educatieve vooruitgang was geboekt.
De feiten over de bloeiperiode van de Palestijnse gebieden tussen 1967
en 1987 zijn allemaal na te zoeken, maar kunnen Hans van Mierlo en de
ruim zestig procent van alle Europeanen er niet van overtuigen dat
Israel als moderne, democratische samenleving streeft naar rust en
welvaart, maar door zijn geopolitieke ligging tot geweldsuitoefening,
wraak en represailles naar Midden-Oosters recept wordt gedwongen.
Zoals intellectuele politici als Hans van Mierlo in het door Arabische
wetenschappers opgestelde VN-rapport over de stagnatie in Arabische
wereld hebben gelezen, kunnen de Arabische buurvolken van Israel niet
vergeleken worden met het hoogontwikkelde, gepacificeerde Noorwegen.
In
de Bezette Gebieden zijn de zware problemen die de Arabisch-islamitische
wereld in frustratie en rancune gevangen houden nog heviger aanwezig dan
elders.
Maar Van Mierlo verwacht van Israel het gedrag van een land als
Zweden, dat aan Noorwegen grenst, niet dat van een land dat in een van
de meest gewelddadige en gecompliceerde regio's in de wereld ligt. Hij
verwacht van Israelische zijde een ingehoudenheid en lijdzaamheid die
hij van Rusland of een willekeurige Arabische dictatuur kennelijk niet
verwacht, en daardoor vervormt hij zijn perspectief op de feiten en
durft hij te beweren dat Israel zich te buiten gaat aan onmenselijkheden
die in Nederland verder van geen enkel ander land in de wereld worden
geduld.
De motivatie voor mensen als Van Mierlo is vaak dat aan de
democratie Israel hogere eisen worden gesteld dan aan de dictatuur
Syrie. Maar het is de vraag of Israel minder fel zou worden bekritiseerd
als het een dictatuur was geweest; het zou vermoedelijk omschreven
worden als de ergste dictatuur op aarde.
Als de feiten niet tellen maar wel de emoties, dan is het zaak om de
bronnen van de emoties te vinden.
Martin Hohmann, lid van de bondsdag
voor de CDU, geeft de weg naar die bronnen aan. In een rede op 3 oktober
voor zijn kieskring Fulda legde Hohmann zijn publiek uit dat het nodig
was om de betrokkenheid van Joden bij het ontstaan en de terreur van het
bolsjewistische sovjetregiem aan de orde te stellen. Hij beriep zich
daarbij op twee dubieuze boeken die feitelijk ondeugdelijk zijn maar
voor willige lezers een diepe emotionele honger stillen. Hohmanns ideeen
beogen hetzelfde effect. Waar het Hohmann om ging, en anderen voor hem,
is de kans om het Joodse volk tot 'een volk van daders' te bestempelen.
De behoefte om Israel, en daarmee andere Joden (inclusief de militante
bolsjewieken die hun voormalige religie en cultuur haatten), als daders
te kunnen omschrijven, heeft na de massamoorden in Sabra en Shatila in
1982 een geheel eigen dynamiek gekregen en heeft via de verontwaardiging
in de media over Israels behandeling van de Palestijnen tot een steeds
grotere demonisering van Israel geleid.
Ofschoon het Israelische leger
slechts indirect aan de bloedbaden in de twee Palestijnse
vluchtelingenkampen had deelgenomen - de moorden werden door Libanese
christenen gepleegd als wraak voor de moord op de christelijke Libanese
president Baschir Gemayel en tientallen van zijn getrouwen door
Palestijnse terroristen - werd Israel door de media verantwoordelijk
gehouden voor de moordpartijen. Tot op de dag van vandaag worden Israel
en de toenmalige minister van defensie Sharon door de publieke opinie
geassocieerd met Sabra en Shatila.
Ofschoon in datzelfde jaar president Assad van Syrie de stad Hama met de
grond gelijk liet maken, waren de bloedbaden in Sabra en Shatila,
ofschoon veel kleiner van omvang dan de genocide in Hama (de Libanese
politie schatte de hoeveelheid doden op meer dan 400, de Israeliers op
meer dan 800; in Hama stierven tienduizenden mensen), een veel grotere
media event - Hama ging bijna geruisloos aan de media voorbij.
De reden daarvan is eenvoudig: Israel kon wel met Sabra en Shatila maar
niet met Hama in verband gebracht worden. De conclusie dringt zich op
dat de doden die in onderlinge Arabische conflicten vallen nauwelijks
publiciteitswaarde hebben voor de Europese media.
Een ander bewijs
hiervoor zijn de gebeurtenissen van mei 1985, toen sjiitische
Amal-strijders meer dan zeshonderd Palestijnen in Shatila (ja, hetzelfde
kamp) doodden - wat geen nieuwswaarde voor de westerse media had.
In de Europese media veranderden Sabra en Shatila de Israeliers in
daders. De direct verantwoordelijken waren de militia's van de Libanese
Maronieten, die volgens de regels van het sociaal-culturele spel in het
Midden-Oosten met een verwoestend bloedbad wraak moesten nemen voor de
beschamende moord op hun clanleider, maar de Europese behoefte aan het
Israelische daderschap was zo sterk dat nuance noch feitelijkheid telde.
Vanaf september 1982 werd Israel in toenemende mate gekenschetst als
een
brute verkrachter van mensenrechten. De omvangrijke rampen die zich
elders in het Midden-Oosten en de Arabisch-islamitische wereld
voltrokken, kregen van de internationale pers nooit de aandacht die
Israel ten deel viel.
In april 2002 volgde voor Israel een nieuwe publiciteitsramp: Jenin. De
berichten over massale moordpartijen die door het Israelische leger
zouden zijn aangericht (en later door zowel de VN als Human Rights Watch
werden ontkracht), zijn later weliswaar in de Europese media enigermate
genuanceerd, maar het publieke beeld van Israel kon zich na de eerste
berichten over Jenin nooit meer herstellen.
De meeste journalisten zagen
wat zij wilden zien: Israel als dader. Het Europese publiek las wat het
wilde lezen: joden die als daders optraden.
Wie de omvang en frequentie overziet van de afgrijselijke gruwelijkheden
die dagelijks overal in de wereld plaatsvinden, kan niet anders
concluderen dan dat de Europese aandacht voor het Israelisch-Palestijnse
conflict dezelfde obsessionele trekken vertoont als die in de
Arabisch-islamitische wereld. In de Arabische belevingswereld is Israel
gaan functioneren als de bron van alle vernederende kwalen waardoor de
Arabieren in de afgelopen eeuwen zijn getroffen; virulent antisemitisme
is een volstrekt geaccepteerde aandoening geworden.
In de Europese belevingswereld heeft de behoefte om Israel te
demoniseren alles te maken met het verleden.
Israel is een land gesticht
door Europese Joden, gevlucht voor Europese Jodenhaat, het is het
continue symbool van Europese onverschilligheid en Europese
machteloosheid ten tijde van het dieptepunt van de Europese beschaving:
de industriele vernietiging van de Joodse bevolking in Europa tijdens de
Tweede Wereldoorlog.
Dat Israel aan de top van de lijst van door
Europeanen gevreesde landen is komen te staan, hangt samen met de
obsessies die Europeanen ten aanzien van joden koesteren: het gaat
uiteindelijk om de Europese behoefte om zich van de last van de Sjoa
voor eens en altijd te bevrijden en om aan de ergerniswekkende morele
chantage door Israels arrogante politici en Amerikaanse leiders van
Joodse organisaties een einde te maken.
Als Joden zelf daders zijn,
wordt de Europese verantwoordelijkheid voor de Sjoa minder exclusief.
Als Joden als nazi's kunnen worden omschreven, worden de oorspronkelijke
nazi's een beetje verjoodst. Als Sabra, Shatila en Jenin als
vernietigingskampen kunnen worden omschreven, is Auschwitz geen unieke
Europese beschavingsramp meer, maar een gewoon incident in een gewone
reeks onmenselijkheden.
Als de Joodse staat als het grootste gevaar voor
de vrede in de wereld kan worden gehouden, krijgt postuum de nazistische
ideologie ('die Juden sind unser Ungluck'), waardoor zovelen zijn
verleid, een zekere respectabiliteit. Als Joden zelf bloedbaden
aanrichten, zijn zij geen haar beter dan nazi's en verliezen zij elk
beroep op morele superioriteit.
Op 11 september verklaarden Bin Laden en zijn islamisten het Westen,
land van Kruisvaarders en Joden, de oorlog. Het lijkt erop dat Europa
sindsdien bijna panisch bezig is geweest om hem pacificerend duidelijk
te maken dat niet Europa maar Amerika het huis van de kruisvaarders is
en dat de ware kwalijke aard van de Joden ook in Europa bekend is.
Enkele dagen geleden vroeg de journalist Israel Harel in de linkse
kwaliteitskrant Haaretz zich af waarom de enquete in het lijstje
wereldgevaren Palestina of het internationale terrorisme ongenoemd liet:
"De conclusie luidt dat het aan Europa's angst voor terroristische
organisaties te danken is dat ze niet eens in het onderzoek betrokken
werden. Het excuus dat de vragenlijst alleen 'landen' bevatte, is een
ander facet van de bekende Europese hypocrisie en lafheid. Een andere
reden dat Israel deze uitzonderlijke titel won is dat als Israel niet
zou bestaan, er geen Palestijns terrorisme zou zijn. En aangezien het
Palestijnse terrorisme het begin was van de pan-islamitische terreur, is
het de schuld van Israel als die zich op een dag tegen Europa zal
richten, zoals zij dat tegen de VS heeft gedaan."
Dat de geschiedenis zich nooit herhaalt tenzij in de vorm van een
klucht, wordt door de uitkomst van deze Europese enquete geloochend: de
geschiedenis kan zich ook als de tragedie herhalen die zij altijd is
geweest.
Tachtig jaar geleden schreef Friedrich Hollander op een melodie van
Bizet het treurig-sarcastische lied 'An Allem sind die Juden Schuld':
An allem sind die Juden schuld,
die Juden sind an allem schuld,
allem schuld.
Warum sind denn die Juden schuld?
Kind, das verstehst du nicht,
sie sind dran schuld.