Van onze correspondent Ad Bloemendaal, Het Parool, 25 oktober 2007.
Hamas en Fatah schenden in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever op grote
schaal de mensenrechten. Het is de hoogste tijd voor een onafhankelijk
onderzoek en een internationaal wapenembargo. Dat zegt Amnesty International
in een gisteren uitgebracht rapport.
Eerder deze week uitte de Palestijnse mensenrechtenorganisatie PHRMG in een
eigen publicatie dezelfde klachten.
Volgens Malcolm Smart, directeur van Amnesty's afdeling voor het
Midden-Oosten, is de rechteloosheid in de Palestijnse gebieden grotendeels het
gevolg van het falen van de Palestijnse overheid de wet te handhaven. Dat
geldt niet alleen voor de Gazastrook, waar Hamas in juni de macht greep, maar
ook voor de door Fatah beheerste Westoever.
Dat de aandacht voor de Westoever wat is verslapt, komt volgens Amnesty
door de vredesconferentie die voor volgende maand is gepland in het
Amerikaanse Annapolis. Aan de vooravond daarvan zou de internationale
gemeenschap proberen het Palestijnse Bestuur zoveel mogelijk uit de wind te
houden.
Amnesty vindt dat de internationale gemeenschap geen wapens meer
moet leveren aan de Palestijnen voor er een eind is gemaakt aan het
machtsmisbruik.
De Palestijnse politie heeft de laatste maanden op de Westoever meer dan
duizend Hamasactivisten opgepakt. Volgens Amnesty worden de meesten niet
van enige misdaad beschuldigd. Een aantal van hen is opgesloten in plaatsen
die daarvoor niet zijn bestemd en de politie negeert dikwijls orders van
rechtbanken om mensen bij gebrek aan bewijs vrij te laten. Het aantal berichten
over martelingen neemt toe.
De Palestijnse overheid weigert ondertussen op te treden tegen Fatahmilitanten
die zich schuldig hebben gemaakt aan het ontvoeren en vermoorden van
Hamasaanhangers of aan brandstichting in Hamasinstellingen.
De zwaarste schendingen deden zich in de zomer voor in de Gazastrook. Daar
brachten milities van Hamas en Fatah de levens van burgers in gevaar door hun
conflict uit te vechten in woonwijken. Ernstiger was dat ook officiële en
onofficiële politie-eenheden zich in de strijd mengden. "Rivaliserende
politiemachten die naleving van de wet hadden moeten afdwingen en de
bevolking hadden moeten beschermen, pleegden verraad aan hun
verantwoordelijkheid door zich partijdig op te stellen," schrijft Amnesty.
Na de machtsovername door Hamas leek het er even op dat de rust in de
Gazastrook was hersteld. Maar dat is volgens Amnesty snel aan het
veranderen. De eigen politiemacht van Hamas is onvoldoende op haar taak
berekend en hoeft nauwelijks rekening en verantwoording af te leggen.
"Als gevolg daarvan zijn aanhoudingen op dubieuze gronden en marteling
van arrestanten door Hamaseenheden nu wijd verspreid," schrijft Amnesty.
"Hetzelfde geldt voor aanvallen op betogers en op journalisten die verslag doen
van dergelijke incidenten."